|
Wat wordt er door RiskCare
tijdens onderzoeken gemeten en wat is de betekenis van deze bepalingen?
1. Cholesterol
Cholesterol is een vet dat het lichaam nodig heeft om goed te kunnen
functioneren. Het is een bouwsteen voor lichaamscellen. Cholesterol wordt
door de lever gemaakt en we krijgen het binnen als voedsel.
Een te hoog cholesterol leidt tot vervetting van de vaatwanden wat
uiteindelijk hart- en vaatziekten kan veroorzaken..
Hoe hoger de cholesterolwaarde, hoe groter de kans op hart- en vaatziekten
(en hoe lager hoe minder kans).
2. HDL-cholesterol
Cholesterol wordt getransporteerd door bloedeiwitten. Het HDL-cholesterol
voert het cholesterol van de vaatwand af. Daarom wordt HDL-cholesterol wel
het gunstige cholesterol genoemd.
De verhouding tussen het cholesterol en het HDL-cholesterol( de ratio)
zegt dan ook meer over het risico dan het totaal cholesterol.
3. LDL-cholesterol
Het LDL-eiwit laat het cholesterol in de vaatwand hechten. Dit
LDL-cholesterol is dus ongunstig.
4. Triglyceride
Ons lichaam bevat veel vetten in de vorm van triglyceriden. Een hoog
triglyceride wordt oa. veroorzaakt door overgewicht, vel alcohol drinken
en door suikerziekte. In combinatie met een verhoogd LDL-cholestrol en een
slechte ratio verhogen de triglyceriden de kans op hart- en vaatziekten.
5. Glucose
de bloedsuikerspiegel (de hoeveelheid suiker die zich in het bloed
bevindt) is van belang voor de energievoorziening van alle organen.
Glucose wordt afgebroken door insuline (dat in de alvleesklier wordt
gemaakt). Indien er te weinig insuline is zal de bloedsuikerwaarde te hoog
stijgen: suikerziekte ontstaat. Dit is slecht voor oa. vaten en zenuwen.
6. HbA1C of GlycHb
Dit zijn de versuikerde eiwitten in de hemoglobine (de rode kleurstof van
het bloed).
De waarde hiervan geeft een goede indicatie van de bloedsuikerwaarde van
de afgelopen paar maanden.
7. CRP
Is een eiwit dat verhoogd is bij infecties. Het is echter ook een
mogelijke risicofactor op beschadiging van de vaten.
8. (Micro)albuminurie
Indien er eiwit in de urine gelekt wordt via de nieren dan is dat een
teken van schade aan de nieren. Zeer kleine hoeveelheden eiwit (micro
albuminurie) is een vroeg teken voor het ontstaan van orgaanschade.
Normaalwaarden
bloed/urine
Voor wat betreft de
laboratoriumuitslagen, hanteren wij de volgende normaalwaarden:
|
Cholesterol |
< 6 |
|
HDL-Cholesterol |
> 1 |
| Chol/Ratio |
< 5 |
|
LDL-Cholesterol |
< 3,5 |
|
Triglyceride nuchter |
< 2 |
| Glucose nuchter |
< 6 |
|
HbA1C |
< 5,5 |
|
Albumine in urine |
< 30 |
Bij het tevens bestaan van
andere risicoverhogende factoren voor hart/vaatziekten, gelden de volgende
afwijkende waarden:
|
Cholesterol |
< 5 |
|
LDL-Cholesterol |
< 3 |
Bloeddruk
Het "Nederlands
Huisartsen Genootschap" (NHG) hanteert richtlijnen en normaalwaarden m.b.t. bloeddrukmetingen.
Wat een "normale" bloeddruk is, is ondermeer afhankelijk van
leeftijd, gezondheidstoestand en risicofactoren door aandoeningen in het
verleden (hart/vaatziekten, diabetes, etc.).
Het is dus lastig om één algemene norm te bepalen voor bloeddrukmetingen
die door ons worden verricht, dit kan per cliënt verschillen. Of er
sprake is van een te hoge bloeddruk bij een keuring, is ondermeer
afhankelijk van leeftijd, individuele omstandigheden en het totale
risicoprofiel.
Over het algemeen kunt u uitgaan van de volgende richtlijnen:
Onder normale omstandigheden,
bij een gemiddelde leeftijd wordt bij 120/80 gesproken over een
"normale bloeddruk". Bij bijvoorbeeld 130/90 is er nog geen
reden tot ingrijpen (onder normale omstandigheden). Voorheen hanteerde NHG
de grens van 140/90. Dit is sinds kort bijgesteld naar 135/85.
Een bloeddruk hoger dan 180/100 dient z.s.m. te worden behandeld. In het
tussenliggende gebied - bijvoorbeeld 160/90 bij een 60-jarige persoon -
bepaalt de huisarts of er al dan niet zal worden behandeld, afhankelijk
van het totale risicoprofiel.
Gewicht
Het gewicht alleen is niet
bepalend voor het risicoprofiel. Zaken als het vetpercentage, de lengte en
de soort lichaamsbouw zijn medebepalend.
Door de "Body Mass Index" (BMI) en de middelomtrek te bepalen
wordt nagegaan of het lichaamsgewicht gezond is in relatie tot lengte en
lichaamsbouw. Tevens wordt daardoor een indicatie van het vetpercentage
verkregen.
1. De Body Mass
Index
De Body Mass Index (BMI), ook
wel Quetelet Index genoemd, is een index voor het gewicht in verhouding
tot lichaamslengte. De BMI wordt als volgt berekend: lichaamsgewicht in
kilo’s(lengte in meters)x (lengte in meters).
De BMI geeft een schatting van het
gezondheidsrisico van het lichaamsgewicht. Het gaat er bij de BMI dus niet
om wat cosmetisch gezien het mooiste is. De BMI vertoont een relatie met
de hoeveelheid lichaamsvet, maar de BMI-waarden geven niet het percentage
lichaamsvet aan.
De algemene indeling van de
BMI bij volwassenen tussen 18 en 70 jaar van westerse afkomst (voor
volwassenen van andere bevolkingsgroepen zoals Aziaten en Afrikanen gelden
andere waarden):
| BMI (kg/m2) |
Classificatie |
Gezondheidsrisico
hart- en vaatziekten / diabetes )* |
| <18,5 |
ondergewicht |
laag (maar verhoogd risico op andere
aandoeningen) |
| 18,5-24,9 |
normaal gewicht |
gemiddeld / normaal |
| 25-29,9 |
overgewicht |
verhoogd |
| 30 en hoger |
obesitas |
duidelijk verhoogd |
)* Dit risico is mede afhankelijk
van andere factoren
Medisch gezien zal de
verhoogde BMI en de bijkomende gezondheidsrisico’s, zoals een hoog
cholesterolgehalte en hart- en vaatziekten in de familie, een richtlijn
zijn om af te vallen.
2. Middelomtrek
Het meten van de BMI alleen is
niet voldoende om te weten of je een gezond gewicht hebt. Bij personen die
dezelfde Body Mass Index (BMI) hebben, kan de hoeveelheid vet in de
buikholte aanzienlijk verschillen, en daarmee het risico voor de
gezondheid. De middelomtrek is daarom ook erg belangrijk bij het bepalen
van een gezond gewicht. De middelomtrek is onafhankelijk van de lengte
maar hangt nauw samen met de BMI en het totale gehalte lichaamsvet.
Veranderingen in de middelomtrek geven veranderingen weer in het risico
van het gewicht voor de gezondheid. Veel vet in de buikholte is een
belangrijke risicofactor voor diabetes type II en hart- en vaatziekten.
Een verklaring is dat buikvet fysiologisch veel actiever is dan onderhuids
vet. Vet in de buikholte heeft bijvoorbeeld meer cellen per eenheid, er
stroomt meer bloed door, het is gevoeliger voor hormonen en voor
veranderingen in de vetstofwisseling en vetopslag.
De middelomtrek wordt gemeten op het smalste deel van het middel tussen de
onderste rib en de bovenkant van het heupbeen. De meting is erop gericht
om mensen met een BMI boven de 30 en met een BMI tussen de 25-30 en een
ongunstige vetverdeling te achterhalen. Onderstaande indeling geldt voor
volwassenen van blanke, westerse afkomst (het Kaukasische ras):
| Middelomtrek
(in cm) |
Beoordeling |
Advies |
| Mannen |
Vrouwen |
| <94 |
<80 |
geen verhoogd risico |
probeer op gewicht te
blijven |
| 94-102 |
80-88 |
nog geen verhoogd
risico, maar de gevarenzone komt in beeld |
blijf op gewicht of val
iets af |
| 102 en hoger |
88 en hoger |
verhoogd risico |
probeer af te vallen |

Alle cijfers en classificaties
op deze pagina zijn bedoeld
als algemene informatie / indicatie. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend m.b.t. keuringen.
Bij de risicobeoordeling is ook de relatie tot diverse andere
risicobepalingen van belang.
Metabool syndroom
--- Suikerziekte --- Verhoogd
cholesterol --- Overgewicht ---
Hoge bloeddruk ---
Urine/bloedbepalingen
|